dinsdag 20 mei 2014

Sterven bij Zaltbommel






















Ik heb een haat-liefde verhouding met de auto. Liefde omdat hij altijd trouw voor de deur op me staat te wachten en me op elk willekeurig tijdstip waar dan ook naar toe brengt. Liefde omdat hij Bees hoeveelheid aan luiers, doekjes, speelgoed en andere zooi zonder mopperen vervoert terwijl ik dit in het openbaar vervoer alleen met veel gechaggerijn kan. Liefde ook omdat je potentieel ieder moment spontaan in de auto kunt stappen om naar Parijs te rijden. 

Ik heb echter een hekel aan de auto omdat je deel moet nemen aan het verkeer om ergens te komen. Het gaat mij dan expliciet om de bestuurdersrol. Want bijrijder zijn, kan ik als de beste. Ik verzorg de versnaperingen, bied op de juiste momenten laurierdropjes aan, stel de radio af op de juiste frequentie en geluidsterkte en maak sfeer door de tweede stem te verzorgen als 100% NL uit de boxen schalt.

Van A naar Bibber
Dat is als bestuurder wel anders. Dan heb je de serieuze, levensverantwoordelijke taak om jezelf en eventuele medepassagiers veilig van A naar B te brengen. Als bestuurder moet je heelhuids op de vluchtstrook zien te komen wanneer je op de snelweg met 120 kilometer per uur een klapband krijgt. Als bestuurder moet je ervoor waken dat bij het verlaten van de snelweg de auto niet omvalt in zo'n haakse afrit. En als bestuurder kun je daar allemaal rekening mee houden en dan nog steeds iedere seconde doodgaan omdat er een vrachtwagen door de vangrail breekt. 

Naast dat ik bang ben om van de weg te worden gereden, ben ik ook als de dood dat dit op een anonieme snelweg gebeurt. Dat bijvoorbeeld de brug bij Zaltbommel het laatste is wat ik zie als ik mijn laatste adem uitblaas. Dat lijkt me zo’n nikserig einde. Zo zinloos. Het voelt als een genadeloos eindoordeel over het leven. Dan klinkt het toch wat geleefder en gelaagder wanneer je tijdens het beklimmen van de Annapurna in een ravijn wegglijdt.

Brullend naar Brabant
Dit zwaar drukkende verantwoordelijkheidsgevoel zorgt er voor dat het dagelijkse tochtje naar mijn werk in Brabant verloopt in een staat van lichte hyperventilatie. Natuurlijk probeer ik er desalniettemin iets gezelligs van te maken: radio aan, meezingen, afstand houden en bij paniek een zen-boeddhistische meditatiespreuk reciteren. In het boek De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown heb ik namelijk gelezen dat je jezelf moet dwingen positief te denken. Haar boodschap: Als je bang bent, realiseer je dan dat je veel moois te verliezen hebt. Focus je actief op die mooie dingen in hier en nu. Herhaal jouw geluk als een soort van mantra.

In praktijk blijkt een positieve focus in het hier en nu niet altijd even makkelijk. Bijvoorbeeld als ik bijna word gesandwiched door een BMW en een Audi. ‘Denk aan Bees zeven-tanden-glimlach. Denk aan Bees zeven-tanden-glimlach.’ Invoegend op de snelweg doemen al de eerste beelden op van Jeroen met Bee wenend boven mijn kist. Op de A27 discussieer ik met mezelf of ik begraven of gecremeerd wil worden. Ze zouden me kunnen cremeren en mijn as tot een diamant laten persen. Die kan Bee om zijn nek dragen, zodat ik altijd bij hem ben. Of zou hij dat gay vinden? Ter hoogte van Zaltbommel biggelen onderhand de tranen van zelfmedelijden me over de wangen.

Mantra voor angsthazen
Nee, de zen-boedhistische aanpak bleek niets voor mij. Ik kan wel zeggen dat ik teveel in het hier en nu was. Daarom ontwikkelde ik een eigen mantra voor tijdens het autorijden waarin ik mijn angst juist omarm. Ik ben van de zelfverklaarde filosofische school die gelooft dat je naderend onheil toch beter kunt afweren wanneer je er op voorbereid bent. Mijn mantra is uitgebalanceerd van samenstelling door uitgekiend gebruik van ingrediënten als angst, dood en verderf:

Ik wil niet sterven, met aan de horizon de brug naar Zaltbommel
Het wegdek vol met glas en olie en andere rommel
Toeterende auto’s, de motor hoor ik sissen
Geïrriteerde BMW’s die door mij hun afspraak missen
Mijn long geperforeerd door een schroeiend stuk metaal
Sterven bij Zaltbommel, zo zinloos, zo banaal.

Als ik achter het stuur zit, mompel ik mijn mantra aanhoudend op geruststellende toon tegen mezelf. Het biedt enige troost.  

Happy end
Ondanks eerder genoemde dood en verderf is dit een blog met een happy end. Het maandenlang tweemaal daags hysterisch hummen van deze mantra is effectief gebleken: de mantra werkt! Want niet alleen heb ik tot nu toe de vrachtwagens weten te ontwijken. Op een dieper niveau heeft mijn mantra er aan bijgedragen dat ik niet langer de brug bij Zaltbommel over hoef. Ik hoef helemaal niet meer in die rijdende doodskist te stappen wanneer ik naar mijn werk ga. Want sinds kort ben ik van baan veranderd en ik werk nu op fietsafstand van huis. Het leven is lichter. Ineens is het veel eenvoudiger om zen-boeddhistisch dankbaar te zijn voor het leven. In het hier en nu en zo. 


Bron afbeelding: videogameszone.de

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen